Paarden vaccinaties
Routinematig worden paarden gevaccineerd tegen Influenza en Tetanus. We beginnen met
een basisenting. Dit houdt in dat het dier twee keer wordt geënt met ongeveer
vier weken tussentijd. Daarna adviseren we om twee maal per jaar te enten.
Op deze manier hebben geënte dieren voldoende bescherming, zodat contact met
andere paarden geen onnodig risico met zich meebrengt. Voor wedstrijden en
keuringen is het meestal verplicht om maximaal 1 jaar tussen de entingen te
laten. Bij eenmaal per jaar enten blijft er echter wel enig risico. Voor dravers
is twee keer per jaar enten verplicht.
Dieren die een (diepe) wond hebben opgelopen kunnen met Tetanus-antiserum worden
behandeld. Wanneer het betreffende dier regelmatig is gevaccineerd voor Influenza
en Tetanus kan toediening van het antiserum achterwege blijven.
Veulens kunnen na het spenen een basisenting krijgen, d.w.z. twee maal met ongeveer
een maand tussentijd. Na de eerste vaccinatie wordt een entboekje ingevuld.
In dit boekje kunnen alle volgende entingen worden bijgeschreven.
Er bestaat een vaccinatie tegen Rhinopneumonie. Voor het effectief laten zijn van de
enting is het van belang de gehele stal hiertegen te enten. De resultaten van deze vaccinatie
zijn echter wisselend. Ter bescherming tegen de luchtweg-variant moet eerst een
basisenting worden gegeven (2 vaccinaties) en vervolgens elk half jaar. Om de merrie
tegen abortus te beschermen dient 3x tijdens de dracht te worden gevaccineerd. Tegen
verlamming ten gevolge van het Rhinopneumonie-virus helpt het vaccin helaas
niet.
Voor het maken van een afspraak kunt u bellen tijdens de openingstijden.